Click Here to Visit!
 
Google
Web links.fashiondoll.nl www.fashiondoll.nl www.barbiemuseum.nl

Home

 

Stories
Verhalen

De IJskoningin

 
Kom kleine kind’ren
Ik vertel jullie een ver
haal

Kom
rond me zitten

Ja jullie allemaal
Dit is het verhaal van de IJskoningin

Luis
ter nu goed

Want dit is het be
gin

Eens, lang geleden, leefde er een godin die van niets ter wereld zoveel hield als van alles dat leefde. Zij schiep erg veel vreugde uit het helpen van alle levende wezens, waar en wanneer zij maar kon. Met elk blij gezicht groeide haar liefde en elk geluksgevoel versterkte haar krachten om goed te doen. 
Hierom werd zij de Godin van het Leven genoemd. De godin had vele verschijningsvormen, maar je kon haar altijd herkennen aan de warme, liefdevolle kleuren van haar kledij, de bloemen en planten die haar gewaad sierden en de dieren die zich om haar heen schaarden.
Ze had bijzondere gaven, zoals alleen een godin die kon hebben. Haar energie kon ze door zieke wezens laten stromen om ze zo weer beter te maken. Als ze een dor, dood stuk land met slechts één vinger aanraakte, begonnen er spontaan plantjes te groeien. De liefde die ze schonk vertaalde zich bij andere wezens in jongen, zaden of eieren. De wereld was mooi en zorgeloos als zij er was.

Maar op een dag waagde zij het om de slachtoffers van een kwade heks te helpen. De boze heks had een witte heks en haar geliefde uit jaloezie in bomen omgetoverd. Maar deze bomen stonden ver uiteen en volgens de spreuk zouden de twee geliefden elkaar pas weer in de armen kunnen sluiten als hun takken elkaar raakten. De godin had hiermee geholpen, door hun takken snel naar elkaar toe te laten groeien en de geliefden keerden hierdoor weer terug naar hun menselijke gedaante.
De gemene heks was hier uiteraard woedend over en ze sprak een spreuk uit over de godin:
“Je hart is kil als een winternacht
Liefde is nu slechts een sneeuwvacht
Hagelstormen razen in je ogen
Al je warmte is nu weggezogen
Maar als je onvoorwaardelijke liefde vinden kon
Dan zou je ijshart smelten als sneeuw voor de zon”

En met een ijselijke heksenlach verdween de heks in het niets.
De lieve godin wist niet wat haar overkwam. Haar schitterende gewaad kromp steeds strakker om haar heen. De warme kleuren ervan werden steeds ijziger. Ze hoorde ijspegels rinkelen en haar prachtige scepter, waarmee ze nieuw leven kon schenken, veranderde in ijs. Haar haar werd wit en haar blik kil. Ze voelde haar hart steeds kouder worden. De godin vluchtte weg in ongeloof. Toen ze weer bij haar vertrouwde bosvriendjes kwam, kon ze zichzelf simpelweg niet bedwingen. Het was alsof ze zichzelf niet meer was. Plotsklaps veranderde ze ze allemaal in ijs, met één simpele beweging met haar scepter van ijs.


De godin was verdrietig
maar elke traan was ijs
Ze vluchtte en vluchtte
Uit haar paradijs
Ze probeerde weg te komen
Maar veranderde in
ijs

Van binnen huilend en van buiten zonder emotie vluchtte ze verder en verder, onderweg iedereen in ijs veranderend. Ze vluchtte helemaal naar Antarctica, waar ze de bevolking angst inboezemde. Voor het slapengaan werden kinderen op het hart gedrukt om braaf te zijn en er niet alleen op uit te gaan, anders zou de IJskoningin ze in een blok ijs veranderen. Vanaf dat moment werd de Godin van het Leven dus IJskoningin genoemd en kon ze alles dat ze lief had alleen nog maar pijn doen. Uit verdriet zond ze hagelbuien, ijswinden en sneeuwstormen over de vlaktes. Zo werd het koudste punt van de aarde een nog koudere plaats. Door deze razernijen hield de IJskoningin iedereen op een afstand en zo leefde ze vele, vele jaren volledig alleen.

Tot op een dag, toen ze op bed haar leven lag te overdenken, een klein jongetje haar ijspaleis binnen trad. De ijskoningin merkte hem niet op. Het kleine jongetje was uit de hemel gezonden om haar te helpen. Alleen had niemand hem verteld wat hij precies moest doen. Braaf begon hij maar het paleis te soppen en te boenen, want misschien had deze mevrouw wel hulp met het huishouden nodig. De IJskoningin merkte hem nog steeds niet op. Wel viel het haar op dat haar paleis ineens zo blinkte en omdat het werk met heel veel liefde gedaan was, voelde ze een kleine tinteling in haar koude hart.
De volgende dag bereidde het jongetje het heerlijkste voedsel en plaatste het op de eettafel, want misschien had deze mevrouw wel hulp nodig met koken. Weer had de IJskoningin niemand gezien, maar ze was verrast dat al dat heerlijke eten er zomaar stond. Omdat het koken met zoveel liefde gedaan was, druppelde er een klein stukje ij van haar bevroren hart.
De dag daarop maakte het jongetje haar bed op met een donzen dekbed en de zachtste lakens, want misschien had deze mevrouw wel hulp met slapen nodig. Wederom wist de IJskoningin niet wie haar zo hielp, maar ze wilde het nu wel weten. Eventjes maar ging ze op haar bed liggen, maar omdat het bed met zoveel liefde opgemaakt was, brak er een stukje ijs van haar kille hart. Toen veerde ze van schrik op en ze ging op zoek naar haar geheime helper.

Pas na lang zoeken vond ze hem, hij zat aan een tafeltje een warme wollen trui te maken. De IJskoningin vroeg hem wat hij aan het doen was. Het jongetje antwoordde haar dat hij een trui maakte voor haar, omdat ze het altijd zo koud had. Ze vroeg hem of hij haar steeds geholpen had en hij vertelde haar waar hij vandaan kwam en dat hij hier was om haar te helpen.  De IJskoningin pakte toen de trui aan van het jongetje en omdat het met zoveel liefde gemaakt was, hoorden ze samen haar ijshart breken.
Plotseling keerde de vloek hevig terug en de IJskoningin greep naar haar scepter om het jongetje te bevriezen. Overmand door haar emoties huilde ze ijspegeltjes en doordat ze niets zag, raakte ze het jongetje niet. Hij rende op zijn beurt op haar af en gaf haar onverwachts een innige omhelzing.

Op datzelfde moment kreeg ze weer kleur, haar haren werden blond en de ijskroon op haar hoofd werd weer een bladerkrans. Haar nauwsluitende jurk, die alle liefde uit haar moest persen, werd weer een soepel roze gewaad. Haar scepter veranderde in een toverbloem en haar hart klopte weer als vanouds. Het kleine jongetje dat onvoorwaardelijk van haar hield werd teruggeroepen naar de hemel,maar de godin wilde haar nieuwe vriendje niet kwijt. Dus zorgde ze ervoor dat hij kon blijven, maar omdat het jongetje nog niet klaar was voor een nieuw mensenleven, werd hij een vogeltje, zodat hij altijd naar haar terug kon vliegen. Het vogeltje en de godin weken nooit meer van elkaars zijde en op een gegeven moment wilde het vogeltje geen mens meer worden, want ze hadden het veel te goed samen.


Goed kleine kind’ren
Dit was nu het ver
haal

Heb
je goed geluisterd
Weet
je het allemaal

Dit was het verhaal van de IJskoningin
Onthoud het goed

Want dit was slechts het be
gin
 

Assepoesters Pechdag 


Toen assepoester eenmaal koningin was, was ze het poetsen en opruimen zo beu, dat ze een verschrikkelijke slordevos werdt. Overal waar ze ging, kwamen er wel tien dienaren achetr haar aan om alle rommel op te ruimen die ze maakte. Dit tot groot verdriet van haar man de koning, die erg veel van haar, maar steeds minder van haar gemakzucht ging houden.

Hij besloot haar een lesje te gaan leren en haar eraan te herinneren dat hij van aar hield omdat ze zo’n braaf en vlijtig meisje was en haar goedheid haar schoonheid was.

Op een zekere dag had hij alle dienaren in het paleis vrij gegeven, zonder dat Assepoester het wist.

Toen zij ’s ochtends wakker werd was er niemand die voor haar de gordijnen opendeed. Maar omdat ze zo lui was, liep ze gewoon in het donker naar haar wasbasin. Echter, omdat ze helemaal niets zag in het donker, struikelde ze over haar bedlinnen, die niemand voor haar netjes op het bed had gelegd. Boos klauterde ze overeind om naar de deur te lopen, waar ze iemand van de bediening wilde roepen. Helaas botste ze tegen de kastdeur, die ze de avond ervoor zoals gewoonlijk open had laten staan en die ’s ochtends altijd netjes voor haar dicht gedaan werd. Ze stootte haar hoofd er hard tegenen dus liep ze huilend de gang op. Ze riep en riep, maar niemand kwam om haar te helpen. Onderwijl zich afvragend hoe dit nu kon, ging ze zichzelf maar wassen. Ze wilde een lekker warm bad, maar er was niemand diede emmers water kwam aandragen. Dus ging Assepoester maar water koken en in haar bad werpen. Toen ze het bad gevuld had, liet ze de emmers overal op de vloer liggen en ze ging zich lekker wassen. Op een gegeven moment was ze klaar en ze wilde zich af gaan drogen. Ze stapte uit het bad en pardoes met haar voet in een van de emmers. Ze struikelde en kon zich maar net staande houden door zich aan een handdoek van het rek vast te klampen. Deze scheurde daarop finaal in tweeën en nu moest  ze zich met twee halve handdoeken afdrogen. Eenmaal klaar liep ze terug naar haar slaapvertrekken om zich aan te kleden. Ze haalde van alles uit de kast, maar aangezien niets haar op dat moment zinde, vlogen de kledingstukken in het rond door de kamer. Uiteindelijk vond ze een jurk die ze wel wou dragen en ze trok deze dan ook aan. Darna wilde ze zich op gaan maken. Net toen ze met haar lippen verven bezig was, schoot ze uit met haar penseel, waardoor ze schrok en haar potje met lipkleur op de grond viel. Deze liet ze natuurlijk gewoon liggen. Toen ze opstond om een doekje te halen, zodat ze haar gezicht kon fatsoeneren, stapte ze op het potje en liep de verfdoor al haar kleren. Huilend zakte ze op de grond en ze zat te jammeren dat het niet eerlijk was. Snikkend riep ze om haar petemoei. ‘Wat is er kindje?’ zei zij. ‘Oh petemoei, niets zit me mee vandaag, mijn man is weg en alle bediening is spoorloos. Alles gaat mis en helemaal niemand ruimt het voor me op.’ ‘Kindje, hier kan ik je niet mee helpen, want hier valt een wijze les mee te leren, maar ik kna je wel wijze raad geven: ruim alles netjes achter je op en je zult zien dat je pech verdwijnt als sneeuw voor de zon.’ En toen verdween ze weer.

Assepoester zat nog een tijdje op de vloer, temidden van de chaos, te overdenken wat haar petemoei zei. Met grote tegenzin begon ze dan toch maar met opruimen. Ze zette alles netjes op zijn plaats, schrobde en boende alles, net zolang tot alles weer spik en span was. In de avond kwam de koning weer thuis en hij zag zijn vrouw, haar haar in de war, lippenverf over haar gezicht, een gescheurde handdoek in haar handen, vieze handen, een bult op haar voorhoofd en een blauwe plek op haar knie. Maar een schoon  en net paleis en een grote, voldane glimlach op haar gezicht. Ze vertelde van haar vreselijke pechdag en hij vertelde op zijn beurt over zijn poets. Eenmaal uitgepraat gingen ze gerust op bed liggen. De vlgende morgen was de hofhuishouding er weer en alles was weer normaal, echter, assepoester ruimde nu alles netjes op waar het hoorde.

En ze leefden nog ‘Happily Ever After?!’ 
 

De zusjes van de Kleine Zeemeermin


D
e zusjes van de kleine zeemeermin misten hun jongste zusje zo vreselijk sinds ze in schuimkopjes op de zee was veranderd, dat ze hun vader elke dag smeekten om hen op zoek te laten gaan naar een tovermiddel dat haar weer terug zou halen. Elke dag zei Koning Triton nee en elke dag huilden zei tranen met tuiten. Zij gingen dan allen naar de oppervlakte om, gezeten op een rots, hun zusje te kunnen zien. Hun verdriet klonk als de mooiste zang en als zij mensen zagen, griefden ze nog luider, omdat hun zusje door liefde voor een menselijke man vervloekt was. Mensen werden betoverd door deze zang en droeven hun schepen op de klippen om maar dichterbij dit hemelse geluid te kunnen komen. Zo kwam het dat zeemeerminnen een slechte naam kregen als duivelse wezens, die mensenvlees betoverden en schepen op de klippen te pletter lieten slaan. Maar de zusjes waren zo verdrietig, dat ze hier geen aandacht voor hadden. Alles wat ze zagen was hun arme zusje, verspreid over het reusachtige oppervlakte van de zeven zeeën.

Op een dag kon ook Triton het niet meer aan en hij gaf zijn dochters toestemming om te gaan zoeken naar een oplossing. Maar binnen een jaar moesten ze dan alle diepten en holtes in de oceanen gezien hebben en de betovering kunnen verbreken…

De zusjes waren buiten zichzelf van blijdschap en gingen allen tezamen op zoek.

Ze vroegen elke vis en elk zeedier of ze een heks wisten die machtig genoeg was om de toverspreuk op te heffen. Niemand had echter gehoord van een heks die machtiger was dan de zeeheks die het kleine zeemeerminnetje betoverd had. Ze zochten in de diepste diepten en de donkerste holtes. Na 340 dagen over de hele onderwaterwereld gezocht te hebben, vonden ze een wonderlijke heks. Van boven was zij menselijk, maar zij had de prachtigste vinnen op haar rug, het leken wel vleugels in alle kleuren, ze sprankelden echt. Maar de gemene zeeheks had veel kwaadaardige bondgenoten en een van hen had de zusjes al die tijd gevolgd. Nu hij zag dat zij een redmiddel hadden, ging hij direct naar zijn heerseres toe. Zij was woedend en wilde de zusjes een hak zetten.

 De mooie zeeheks wilde de zusjes wel helpen, maar op voorwaarde dat zij noch hun zusje zich ooit noch aan de oppervlakte zouden laten zien. Ze moesten mensen vergeten en de bovenwaterwereld vermijden. Negeerden ze de waarschuwing van de heks, dan zouden ze allen in vissen veranderen.

 Toen het kleine zeemeerminnetje eindelijk weer terug was getoverd van schuimkopjes in een meermin, was ze buiten zichzelf van blijdschap. Ze was inmiddels op alle oceanen en zeeën geweest en had de kusten van alle continenten gezien. Ze vertelde honderduit aan haar zusjes over die wondere wereld. Maar hoewel ze blij was weer thuis te zijn onder de zeespiegel, was ze ook een beetje bedroefd. Als ze nooit meer naar boven mocht zou ze haar lieve prins nooit meer weerzien.

De kleine zeemeermin probeerde zo goed en zo kwaad het kon weer te wennen aan het leven onder water, maar ze kon het leven erboven maar niet vergeten.

OP een dag, toen ze buiten zeewier aan het plukken was, kwam de kwade zeeheks tevoorschijn. Het zeemeerminnetje schrok, maar de zeeheks wist haar tot bedaren te sussen. Met mooie woorden en loze beloftes wist de heks haar mee te lokken. Het meerminnetje dacht dat ze nu eindelik zou krijgen waar ze zo naar verlangde, de liefde van haar prins.

Een jonge zeemeerman sloeg het geheel gade en volgde de heks en haar prooi. Een voor een wist hij de hulpjes van de heks weg te lokken, tot alleen zij nog over was. De zeemeerman was een jager en hij had dus een zeewiernet bij zich. Deze wierp hij behendig over de heks heen en nu was zij gevangen. Toen gebeurde er iets onverwachts. Toen de kleine zeemeermin hem in de ogen keek, fonkelden de hare. Ze was verliefd!

De gemene heks werd naar de diepste diepten van de oceaan verbannen, waar ze niemand meer kwaad zou kunnen doen. De kleine zeemeermin trouwde met haar dappere redder en ze voelde nooit meer het verlangen om naar de bovenwaterwereld terug te gaan.
 

Het Niet-Wisselkind


Repelsteeltje was zo woedend dat de listige koniNgin hem verslagen had, dat hij een gat in de grond stampte en er pardoes in viel. Hij viel en hij viel, steeds maar dieper. Hij suisde langs aarde en water, restanten van lang vergeten beschavingen en fossielen van dieren waar men bovengronds niet eens van kon dromen. Eindeloos lang leek het te duren.

Precies in het midden van de aarde stopte zijn val. Zoals jullie weten is het midden van de aarde erg heet, want er zit lava in. Dit vond Repelsteeltje natuurlijk niet prettig en hij wilde dan ook via hetzelfde gat als hij gekomen was weer naar boven klimmen. Maar het gat was dicht, verdwenen! Na enig speurwerk stuitte hij op een plek waarvan hij dacht dat daar het gat gezeten zou hebben. Hij begon zijn weg naar buiten te klauwen. Langs fossielen en oude beschavingen, water en aarde groef hij zich langzaam weer naar boven. Hij was erg verontwaardigd dat de koningin hem zijn prijs had afgenomen. Hoewel hij vond ‘afspraak is afspraak’, wilde hij haar ook een poets bakken want, ‘voor wat hoort wat’. Gniffelend ging hij verder want wat zou hij haar een mooie streek leveren. Ineens zag hij het allerkleinste zonnestraaltje zich een weg door de grond banen om hem op het gezicht te schijnen. “Ik ben er!” riep hij vreugdevol.
Als een mol klauterde hij uit de aarde en hij veegde zich schoon. “Zo, nu op naar die verraderlijke koningin, ik heb nog iets te goed van haar.” Zei hij tegen zichzelf. Maar, wat bleek nu, hij was aan de andere kant van de aarde terecht gekomen! Hij reisde langs wondere werelden, over land en over zee, door ongerepte natuur en dichtbevolkte gebieden. Tot hij eindelijk, na wat wel leek een eeuwigheid, het kasteel tegen kwam waar hij zo naar op zoek was geweest.
Maar tot zijn verrassing was de baby die hij wilde stelen geen baby meer. De koningin was enkele jaren ervoor overleden en de jonge prins was nu zelf getrouwd en had een kind. Repelsteeltje was woedend. Hij bedacht dat een kind een kind was en besloot een wisselkind te creëren. Het kind van Repelsteeltje was leeg, zielloos. Hij zou zijn kind in de plaats van het kind van de koning leggen. De koning en koningin hadden geen idee van de wisseltruck. Naarmate het kind ouder werd, werd het ook kwaadaardiger (mensen zonder ziel gaan heel makkelijk het slechte pad op). Voor Repelsteeltje werkte zijn wraak zó goed dat hij sindsdien elk kind uit de bloedlijn van de verraderlijke koningin verwisselde en zo kan het dus zijn dat er slechte mensen op de wereld zijn.
Op een dag echter werd er een prinsesje geboren dat Repelsteeltje maar niet kon stelen. Haar moeder was zó bang dat haar kind ook slecht zou worden dat ze geen moment van haar zijde week. Ze had bedacht dat ze haar dochter met zoveel liefde zou overladen, dat ze onmogelijk slecht zou kunnen worden. Repelsteeltje was  kwaad dat er iemand aan hem ontsnapt was. Daarom probeerde hij de jonge koningin wederom met een list haar kind af te pakken. Repelsteeltje betoverde de koning en zorgde ervoor dat hij een onmogelijke eis aan zijn vrouw zou stellen. Hij verlangde van haar dat zij van oude katoenen lappen een prachtige zijden mantel voor hem zou laten maken. Ze mocht niet terugkeren voordat zij iemand had gevonden die dat zou kunnen doen. Dus ging de koningin op pad, haar dienders bepakt en bezakt. Op zoek naar degene die de wens van haar man kon vervullen.
Haar dochter nam ze mee op haar reis en nog altijd bewaakte ze haar fel. Na vele omzwervingen door het koninkrijk gemaakt te hebben had ze nog altijd niemand gevonden. De seizoenen waren inmiddels al 3 maal gewisseld en de koningin was radeloos. Toen verscheen Repelsteeltje en tonele en hij eiste in ruil voor zijn hulp dat hij twee hartslagen allen met het kleine meisje zou doorbrengen. Hoewel het idee haar erg tegenstond, stemde de koningin toch in met het verzoek. Repelsteeltje maakte van het katoen een prachtige zijden mantel, speciaal voor de koning. Hij dacht dat hij aan twee hartslagen de tijd ruim voldoende zou hebben om de dochter te verruilen voor zijn eigen maaksel. Maar toen het moment daar was, keek hij het prinsesje in de ogen en voor een moment smolt zijn hart. Toen waren de twee hartslagen al voorbij en stond de waakse koningin weer naast haar kind.
Repelsteeltje verdween. Woedend was hij, volgende keer zou hij vier hartslagen eisen. Hij bedacht een nieuwe list. Toen de koningin de mantel naar haar echtgenoot bracht, had hij reeds een nieuwe opdracht voor haar. Hij droeg haar op van stenen en oud ijzer juwelen van goud, diamanten, saffieren en robijnen te laten maken. Gepijnigd door de onmogelijke eis van haar man ging de koningin weer op zoek. Ook ditmaal zocht ze lang en ver, naar iemand die de wens van haar man kon vervolmaken. De arme koningin vond ook ditmaal alleen Repelsteeltje. In ruil voor het smeden van de sieraden vroeg hij deze keer om vier hartslagen alleen met de jonge prinses door te brengen. Aan vier Hartslagen zou hij toch zeker wel genoeg hebben, normaal wisselde hij kinderen in één slag.
Maar toen het zover was en Repelsteeltje zijn wisselkind wilde neerleggen in de plaats van het prinsesje, giechelde het kindje even en hij keek weer in haar ogen. Wederom stond hij even als versteend en de vier hartslagen waren zo weer voorbij. De koningin stond direct weer naast haar dochter en Repelsteeltje blies de aftocht.
De koningin bracht wagen vol met juwelen terug naar haar man, maar de koning was nog altijd niet tevreden. Repelsteeltje had hem, ingefluisterd dat hij zijn vrouw nog één onmogelijke opdracht moest geven en de koning deed dit ook. Zij moest hem een paleis bouwen, met fluwelen draperieën en gouden tronen. Dit alles van slechts de aarde en de planten in zijn koninkrijk.
De koningin was radeloos en ditmaal riep ze direct om de hulp van de listige Repelsteeltje. Hoewel het idee haar tegenstond, bedacht ze zich dat hij de vorige keren ook geen kwaad aan haar dochter berokkend had. Repelsteeltje wilde deze keer acht hartslagen de tijd. De koningin snikte en smeekte hem om een andere betaling voor zijn diensten, maar hij week niet van zijn eis. De koningin stemde toe en hij bouwde het paleis voor haar. En toen het moment van de acht hartslagen kwam, ging het wisselen vlekkeloos. Repelsteeltje had oogkleppen opgezet, zodat hij het prinsesje niet in de ogen zou kunnen kijken. Toen de koningin merkte dat haar dochter toch slecht was geworden, verdacht ze Repelsteeltje er wel van dat hij er iets mee te maken had. Maar ze was troosteloos en werd te zwak om nog op zoek te gaan. Elke dag weende ze om haar dochter en haar hart brak elke dag bijna.

Met Repelsteeltje verging het niet zo goed als hij zelf gedacht had. Hij probeerde het prinsesje op te voeden als zijn eigen kind, zoals hij met alle andere kinderen gedaan had. Maar telkens als hij haar in de ogen keek, vermurwde zijn hart en voelde hij zich schuldig voor zijn daad. Hij was erg van zijn aangenomen dochter gaan houden, maar op een dag kon hij het niet meer aan en bracht hij haar terug naar haar moeder. De koningin knapte meteen op en de koninklijke artsen hadden nog nooit zo’n snel herstel meegemaakt. Repelsteeltje werd vergeven voor zijn daden, omdat hij de dochter teruggebracht had en goed voor haar gezorgd had. Hij werd zelfs aangesteld als haar peetoom! Vanaf die dag was Repelsteeltje een gelukkig lid van de familie die hij al die jaren gekweld had.
En ze leefden nog ‘Happily Ever After?!’
 

Sneeuwwitje en de zeven varkentjes


S
neeuwwitje trouwde met haar prins en werd de mooiste en liefste koningin die beide landen ooit gekend hadden.

Op een dag kwamen de zeven dwergen op bezoek en omdat zij Sneeuwwitje heel erg misten hadden ze hun beste kleding aangetrokken.

 Maar de kwaadaardige koningin, die natuurlijk gestraft was en in de kerker van het paleis opgesloten zat (als enige gevangene, want niemand wilde nog kwaad doen nu het land zo mooi was), was hiervan op de hoogte. Een van haar dienaren zwoer nog steeds trouw aan haar en vertelde haar alle nieuwtjes die hij hoorde. Erger nog, hij bracht haar in het geheim allerlei ingrediënten voor een wrede toverspreuk. Varkensharen, van het grootste en dikste varken uit het hele koninkrijk, een gram te licht en het toverdrankje was nutteloos. Modder, uit de diepste, smerigste poel die er bestond, een vuiltje te weinig en de toverdrank was onbruikbaar. Dauw dat bij het eerste kraaien van de haan van een blad van de Gifsumak gegoten moest worden, een kraai te laat en de toverdrank zou falen.

Zij was van plan de zeven dwergen te betoveren en in varkens te veranderen. Omdat ze wist dat Sneeuwwitje altijd voor de dwergen zou blijven zorgen, maar varkens natuurlijk niet in een paleis kunnen wonen, wist ze dat dit Sneeuwwitjes hart zou breken.

 De boze dienaar had het brouwsel meegekregen en ’s avonds was hij de keuken ingeslopen. De hele hofhouding was in rep en roer, omdat ze de zeven dwergen, zoals iedereen wist  belangrijke gasten, tevreden moesten stellen. Zo was het mogelijk dat hij het in de maaltijd van de zeven dwergen kon gooien. Toen deze een paar hapjes hadden genomen, veranderden ze plotsklaps in varkens, met kleren en al. 

Wat echter niemand wist was, dat Sneeuwwitje niet stilgezeten had. In het diepste geheim was zij een volleerde witte heks geworden. Op het moment dat de dwergen in varkens veranderden, wist zij wat voor kwade magie hierachter stak. Zij beval haar dienaren de meest bijzondere ingrediënten te halen voor een drankje dat de zeven dwergen weer normaal zou maken. Een dienaar moest een zonnestraal halen, gevangen op het moment dat de zon op zijn hoogst aan de hemel stond, een moment te laat en de spreuk zou zijn kracht verliezen.

Een ander moest helemaal naar Oostenrijk om van de top van de hoogste berg Edelweiss te halen, een centimeter te laag en de spreuk zou niets uithalen. Weer een ander moest een traan, gehuild op een moment van zuiver geluk halen, een piepklein beetje woede of verdriet en de spreuk zou vruchteloos zijn.

Met al deze ingrediënten en een hoop geduld werden de zeven dwergen weer normaal, maar heel soms komt er ineens een klein stukje van de betovering terug, bijvoorbeeld als ze erg ondeugend of onaardig zijn. 

En wat betreft de dienaar: Sneeuwwitje en haar man de koning besloten hem bij de koningin in de kerker te gooien voor zijn verraad. Zij was op haar beurt zo kwaad dat haar snode plannen in duigen waren gevallen, dat zij de dienaar met haar laatste tovermiddelen in een muis veranderde. Sindsdien heeft niemand hem ooit nog gezien en de koningin was niemand meer tot last.

En ze leefden nog ‘Happily Ever After?!’
 

Tinkerbell ontmoet Twinkeltom

 
T
inkerbell was al jaren heimelijk verliefd op Peter Pan en met de komst van Wendy was dit er niet makkelijker op geworden. Op een zekere dag zat die vervelende Wendy weer eens verhalen te vertellen en Peter hing aan haar lippen. Tink besloot op een gegeven moment dat het zo wel genoeg geweest was en ze sprak Peter aan om hem ‘iets belangrijks’ te vragen. Maar Peter negeerde haar en zei haar dat ze later maar moest terugkomen. Beledigd stoof ze naar buiten. Ze vloog en ze vloog, want ze wilde zo ver mogelijk weg komen van Peter en Wendy. Oh, wat was ze kwaad. Telkens als ze er aan dacht hoe stom hij zich gedroeg in de buurt van die meid, kon ze wel huilen. Uiteindelijk landde ze op een boomtak. Verblind door de tranen die langs haar wangen biggelden was ze pats-boem tegen een blad gevlogen en van blad naar blad naar benden gevallen. Ze zag een verlaten vogelnestje en daar kroop ze in. Van donsveertjes maakte ze een kussentjes voor zichzelf en ze dekte zich toe met een boomblad. Toen viel ze in een diepe, diepe slaap. De volgende dag werd ze verschrikt wakker. Hoe lang had ze geslapen? Waar was ze? Hoe kwam ze weer thuis? Ze keek om zich heen en tot haar schrik constateerde ze dat ze nog nooit in dit gedeelte van Nootgedachtland was geweest. Plotseling hoorde ze iemand achter zich grinniken. Ze draaide zich om, om te zien wie haar daar stond uit te lachen. Een onbekende stem zei plotseling: ‘Zo slaapkop, heb je eindelijk besloten wakker te worden?’. Ze zag niemand. Vertwijfeld zei ze: ‘ Ja, maar kunt u mij vertellen hoe lang ik hier gelegen heb?’. De stem antwoordde: ‘ Nou,toch zeker wel een week.” “Een week?”, riep ze uit. “Nee”, antwoordde de stem, “eigenlijk lig je hier pas sinds gisteren. Maar kun je mij vertellen wat je in het nest van meneer en mevrouw Tjilp doet?” Tinkerbell antwoordde: “Oh jee, ik dacht dat het verlaten was”. “Nou, niet helemaal”, zei de stem, “ze zijn met vakantie”.

Nu zag ze een figuur te voorschijn komen. Maar,dat leek Peter wel! Hij had een brede grijns op zijn gezicht en een eigenwijs petje op zijn hoofd. Maar…wat was hij klein! “Peter, hoenkom jij nu zo klein en…waar heb je die vleugels vandaan?” vroeg ze. De figuur zei: “Peter? Mijn naam is Twinkeltom!”

“Hoe kan dat nu?”, zei Tink, “Je lijkt precies op mijn vriend Peter Pan”. “Echt waar”, zei Twinkeltom gevleid, “Nou, dat is dan een hele eer, ik heb veel over hem gehoord.”

Twinkeltom vertelde haar honderduit over zijn taken als vogelopzichter, het ‘onbekende’ deel van Nooitgedachtland en zijn volk, de pixies. Tinkerbell wilde van alles weten en toen ze klaar waren met hun verhalen vertellen, was de nacht reeds lang gevallen. Twinkeltom nodigde haar uit om de nacht bij hem thuis door te brengen, dat was een stuk comfortabeler dan een vogelnestje. Toen ze aankwamen in het Pixie dorp, voelde Tink zich alsof ze thuis kwam. Nu was het zo dat in het hele dorp het jaarlijkse oogstfeest, de Samhain, gehouden werd. Tinkerbell werd van hart uitgenodigd om deel te nemen aan de festiviteiten. Er werd gedronken en gelachen, er waren vreugdevuren en volksdansen en het feest lek eindeloos door te gaan.

Toen de maan reeds aan het zakken was en de ochtend zijn intrede deed, nam Twinkeltom Tinkerbell mee naar zijn favoriete plekje. Een oeroude, wijze eik. Deze boom was zo hoog, dat zelfs de vogels de top niet konden bereiken. Zijn takken reikten zo ver opzij, dat zelfs een haas niet binnen een dag van de ene kant naar de andere kon rennen. Zijn wortels reikten zo diep, dat aan de andere kant van Nooitgedachtland de vissen zich ere schuil tussen hielden.  En zijn wijsheid was groter dan dit alles bij elkaar. Het kleine volkje kwam hem dagelijks om hulp vragen enb altijd hielp hij ze met het vinden van de antwoorden. Tink en Twink vlogen naar een hoge tak en gingen erop zitten. Twinkeltom nam Tinkerbells hand in de zijne en zo zaten ze een tijdje, stilzwijgend, naast elkaar, te genieten van het uitzicht. Op een gegeven moment raapte Twink al zijn moed bij elkaar en hij zei: “uhm, eh…Tink? Ik wil je wat vertellen. Ik…eh…vind je heel erg leuk”. Tink begon te blozen en zei dat ze hem ook leuk vond.

Plotseling sprak de oude eik “Ah, jonge liefde. Hoe vaak ik dat heb zien opbloeien, de keren zijn ontelbaar. Maar het blijft zo mooi”.

Twink vroeg de eik of hij nog wijze woorden voor hun had. De eik antwoordde dat hij alleen vragen beantwoordde, en niet in het wilde weg advies gaf. Twink vroeg of hij iets in zijn bast mocht kerven. De oude eik zei dat hij zijn gang kon gaan, omdat zijn bast al zo oud was, dat hij het toch niet meer voelde. Twinkeltom kerfde ijverig. Tinkerbell was reuze benieuwd wat hij deed, maar hij wilde dat het een verrassing was.

Twink love Tink

 Tinkerbell vloog Twinkeltom om zijn nek toen ze dit las. “Blijf voor altijd bij me”, zei ze.

En dat deed Twink. Hij ging met Tink mee terug, want hij had altijd al de avonturen van Peter Pan mee willen maken.

En ze leefden nog ‘Happily Ever After?!’

 

De helderste ster

 
T
oen het meisje met de zwavelstokjes aan de kou bezweken was en haar zieltje naar de hemel ging, werd ze een prachtig klein sterretje. Maar na een tijdje begon ze zich een beetje eenzaam te voelen en ze besloot op zoek te gaan naar haar grootmoeder, want ze miste haar zo. Ze sprong van ster naar ster en vroeg het voorbij vliegende kometen en vallende sterren, maar niemand wist waar haar oma was. Na een poos was ze het zoeken vreselijk moe, want er zijn zoveel sterren (kijk maar eens naar boven, er zijn er oneindig veel). Ze dacht dat ze haar opoe nooit meer zou weerzien. Verdrietig droomde ze weg en ze herinnerde zich weer iets van vroeger.

 Het was een mooie zomerse avond en zijzelf was nog erg klein. Ze lag in een ledikant en ze had die dag net leren lopen. Het was bedtijd, maar het weer was zo lekker dat ze niet wilde slapen. Ze draaide zich om en naast haar zat haar oma. Elke avond zat haar lieve oma naast haar bed om haar een verhaaltje voor te lezen. En als ze daarmee klaar was, zong ze een prachtig slaapliedje, hoewel het kleine meisje de woorden niet begreep de woorden niet begreep. Ze hoorde ze wel heel duidelijk…”Twinkle, twinkle little star, how I wonder where you are…”. Ze voelde zich heel rustig en luisterde heel nauw naar het warme geluid van haar oma’s stem. Ze kon het zo duidelijk horen, dat het wel leek of oma naast haar aan het zingen was.

 De herinnering vervaagde weer, maar het kleine meisje wilde nog niet alleen zijn. Ze dacht weer terug aan vroeger. Ze zag een koude winteravond voor zich. Haar familie zat rond het haardvuur en zij lag dicht tegen oma aan gekropen in de schommelstoel. Oma rook dan altijd zo vreselijk lekker naar koekjes, want die bakte ze altijd zelf voor al haar kleinkinderen. De gedachte aan die dag was zo helder dat ze oma’s koekjes wel kon ruiken.

 Langzaam verdween het mooie beeld in haar gedachten. Maar het kleine meisje werd weer erg verdrietig van de gedachte haar oma te moeten missen tussen al die sterren om haar heen. Ze dacht nog even terug en ze zag voor zich hoe oma haar meenam naar het park om eendjes te voeren. In het park was het heel druk en oma zei dat ze haar hand goed vast moest houden, anders kon ze haar wel eens kwijt raken. Het kleine meisje voelde weer de zachte hand van haat grootmoeder in de hare en ze voelde zich zo gelukkig.

 Toen ze haar oogjes open deed was haar oma naast haar. Met elke herinnering aan haar was ze helderder gaan stralen, tot ze de helderste ster aan de hemel was. Haar oma was ook naar haar op zoek geweest en zo werd ze naar haar toe geleid. En als je nu naar boven kijkt en je ziet de helderste ster aan de hemel stralen, dan is dat het kleine meisje dat straalt van geluk.
 

 
 

All text copyright of Pink Hazard.